In gesprek met Arno: ‘We leven in een cowboyfilm’

In gesprek met Arno: ‘We leven in een cowboyfilm’

Arno is naar eigen zeggen een ‘old motherfucker’. Kan best zijn, maar ondanks zijn 67 jaar is de Belgische zanger nog altijd een waanzinnig podiumbeest. Hij begon in de jaren tachtig als frontman van de populaire band T.C. Matic, ging vervolgens solo en verkende de grenzen van muziek in Engels én Frans. De uiterste grenzen, want Arno is alles behalve een kopie. Op zijn vorig jaar verschenen plaat Human Incognito bewijst hij wederom zo eigenwijs als een deur te zijn. Wij spraken hem in het kader van zijn liveshow in TivoliVredenburg, Utrecht op zondag 29 januari aanstaande.

ARNO_Het Chanson Offensief_DannyWillems

Foto: Danny Willems

Door Tess van der Zwet

Nog even een korte introductie dan: Arno (Arnaud) Hintjens werd in 1949 in Oostende geboren. Als jongeman in de jaren zeventig is het de blues die hem aantrekt en voordat hij daadwerkelijk zanger wordt, speelt hij voornamelijk mondharmonica. Het grote succes komt in 1980 met de groep T.C. Matic. België is sindsdien een paar klassiekers rijker, waaronder de nummers Oh la la la en Putain, putain. Wanneer hij in 1986 solo verder gaat, wordt duidelijk dat Arno niet zo snel weg te slaan is uit de muziekwereld. Is zijn eigen muziek in beginsel voornamelijk Engelstalig, vanaf ’95 komt het Frans veelvuldig terug in zijn repertoire na de release van À la française. In de jaren die volgen, behaalt hij het ene succes na het andere. Hij breekt door in Frankrijk, brengt zijn eerste plaat uit in de Verenigde Staten en speelt in verschillende films. HUMO bekroont hem een aantal keer tot ‘Zanger van het jaar’, wordt in 2005 genomineerd voor de titel ‘De Grootste Belg’ (en eindigt op nr. 34 in de Vlaamse versie) en ontvangt de Franse onderscheiding in de ‘Ordre des Arts et des Lettres’. Kortom: de succesvolle rockchansonnier is een heel grote.

Album ‘Human Incognito’ is nu een jaar uit. Hoe heb je het afgelopen jaar ervaren?
‘Als een val in warm water. Ik had 150 optredens over het hele continent in twaalf maanden. Verder ging mijn Franse plaatfirma failliet. Ik heb een hoop meegemaakt, maar zoiets nog nooit! Gelukkig kwam het allemaal uiteindelijk wel weer goed, maar Frankrijk heeft even op mijn plaat moeten wachten.’

‘Er komt genoeg aan. Komend jaar sta ik ook weer vier keer in de States: in New York, Los Angelos, Miami en Washington. Maar het maakt me echt niet uit ik daar of in Japan of in België sta en voor wie ik speel: zolang het maar twee neusgaten heeft.’

Pas je jouw live-repertoire aan op je publiek?
‘In Frankrijk speel ik meer Franstalige nummers, in Nederland meer Engels. Dat doe ik niet eens bewust, dat is mijn gevoel.’

Je hebt in de afgelopen jaren enorm veel gespeeld. Welk optreden in je carrière is het meest memorabel?
‘Oh, dat kan ik niet zeggen. Er waren zoveel shows. Ooit heb ik een fiets gekregen tijdens een optreden. Stond ik te spelen, kwam opeens Merckx (Belgische wielrenner, red.) het podium op met dat ding in zijn handen voor mijn verjaardag. Een totale verrassing. Of die keer dat ik tijdens een show opeens een mondharmonica hoorde. Stond Toots Thielemans opeens naast me, die had ter plekke besloten dat hij wel even mee wilde spelen. Dat was trouwens een ontzettend lieve meneer.
En er was nog zoveel meer. Zelfs de rituelen zijn me bijgebleven. Voor een show in Paradiso een Broodje van Kootje eten.  Of gewoon afhaalchinees. Zo deden we dat. Nu heet dat ‘catering’. Alles is zogenaamd goed geregeld. Je kan verdomme een jacuzzi huren. We wasten ons in de rivier, nu sta je onder een stortdouche. Waar is de rock ’n roll gebleven?’

Er wordt tegenwoordig vaak teruggegrepen naar de muziek van weleer.
‘Ik zou willen zeggen: doe eens wat anders! Ik lijd zelf ook aan nostalgie, hoor. Ik ben drie jaar lang gevolgd documentairemaker Pascal Poissonnier, waarvan de docu Dancing inside my head het resultaat is. Als je iets over mijn nostalgielast te weten wilt komen, moet je die film zien. Maar ik heb er schrik van een kopie te zijn. Daarom zoek ik altijd naar iets nieuws, maar het wordt steeds moeilijker.’

‘De jeugd is conservatief geworden. Rock was ooit een revolte, nu is ie dood. We trapten allemaal tegen Vietnam: Neil Young, Led Zeppelin, de Stones, maar wat gebeurt er nu? Helemaal niks. Er is nog wel wat aan te doen. Sterker nog: het voelt alsof er iets aan het gebeuren is. Ik richt mijn hoop op de jonge mensen onder de 25. Die moeten samenkomen, wellicht zoals wij vroeger samen kwamen in de cafés en bars. Nu gebeurt dat op parkings, daar zijn de echte fuiven. Misschien ligt de revolte vandaag de dag in de techno en hardcore. De muziek die je niet hoort op de radio.’

Je klinkt bezorgd. In Please exist roep je als rasatheïst God op om alsjeblieft te bestaan…
‘Natuurlijk ben ik bezorgd. Om wat er in de wereld gebeurt. Mijn vader heeft een wereldoorlog meegemaakt, mijn grootvader zelfs twee: ik ben de eerste die er geen heeft hoeven doorstaan. In de jaren ’60 was er natuurlijk de Vietnamoorlog, maar wij werden niet écht geconfronteerd met agressie. Tegenwoordig is alles mogelijk. Twee jaar geleden lachte mijn omgeving zich kapot om Trump. Ik vroeg me toen al af: wat is dit, waar zou dit heen kunnen gaan? Maar nee, ik hoefde me echt geen zorgen te maken: ‘dat gaat allemaal over’, werd er gezegd. En nu? Nu is het onverwachte waarheid geworden. Elk debat is één grote muppetshow.’

‘Er kan een hoop gebeuren in korte tijd. Bestaat Europa nog over twee jaar? Bestaat België nog over twee jaar? Ik vraag het me af. Wij hebben alles zelf in de hand. Hitler is destijds ook verkozen door de mensen, zonder de mensen bestaat er geen dictatuur. Wij zijn verantwoordelijk voor alle nieuwe ontwikkelingen.’

Zie jij daarin een rol voor jezelf?
‘Ik ben een oude voyeur. Ik kijk naar mijn omgeving, naar de mensen en daar schrijf ik nummers over. Door de goede en slechte dingen die de mens doet. En shit, ik bén een deel van het mensdom. Muziek bezorgt een lach en een traan en kan ook een hoop teweeg brengen. Wat een geluk dat muziek bestaat. ’

En wat betreft die techno en hardcore. Kunnen we dat verwachten op je volgende plaat?
‘Ik luister naar alle soorten muziek. Wat dat betreft, ben ik open als een oude hoer. Ik ben ook al bezig met een nieuw album, waarvan ik hoop dat het in 2018 klaar is. Maar inhoudelijk kan en ga ik er nog niet teveel over zeggen.’

Wat inspireert je vandaag de dag nog meer in positieve zin, naast het kijken naar mensen?
‘Het surrealisme. Het surrealisme zit in mij. Ik ben gewoon een surrealistische flopzanger.’

Op zondag 29 januari staat Arno live in TivoliVredenburg, Utrecht. Klik hier voor meer informatie en tickets.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *