Ludo Vandeau – Au Gré Du Charme: verfijnd en dynamisch

Ludo Vandeau – Au Gré Du Charme: verfijnd en dynamisch

We maakten voor het eerst kennis met Ludo Vandeau toen deze website het levenslicht nét gezien had, ruim een jaar geleden. Zomaar vonden we hem, ergens op Youtube. We hoorden prachtige liedjes met een duidelijke hint naar het klassieke chanson, doch eigentijds genoeg om onder ‘popmuziek’ geschaard te kunnen worden. Zijn tweede solo-album Au Gré Du Charme is nog warm als hij bij ons op de mat valt. Het duurt niet lang of we zijn verliefd… Wat een bijzondere plaat!

01header
Wie is Ludo Vandeau?
De in Gent woonachtige Ludo Vandeau komt niet helemaal uit de lucht gekletterd. Alles behalve dat zelfs: Vandeau kun je onder andere kennen van de band Ambrozijn, waar hij tussen ’97 en ’03 de zang voor zijn rekening nam, als gastzanger bij de Franse artiest Gabriel Yacoub en als een van de zangers van Olla Vogala. Voor zijn tweede solo-cd schakelde hij de hulp in van producer Ad Cominotto, die ook met Arno en Alain Baschung musiceerde. Vandeau schreef, herschreef, schrapte, schreef opnieuw, trad op met het geschrevene, herschreef nogmaals en nam tenslotte Au Gré Du Charme op. Zeker geen overpeinst album, wél doordacht en kleurrijk.

Au Gré Du Charme
Het in totaal vijftien chansons tellende schijfje opent kwetsbaar en gevoelig met Enfant, maar schiet meteen in een andere versnelling bij nummer twee. Un conte de fées verjaagt alle zorgen. Opzwepend en uitgelaten, stelt Vandeau ons gerust: ‘Er is in de wereld altijd iemand die op een ander wacht, twee armen, heimelijke woordjes en de geuren van lente.’ Ook chansons als Julie, waar een zomerse Spaanse gitaar doorheen danst, klinken luchthartig en bevatten herkenbare hooks met een heel eigen karakter. Neen, dit is geen dertien in een dozijn-werk. Het prachtige Dis, quand reviendras-tu is meer dan alleen een adaptatie van Barbara: Vandeau heeft hem klein en simpel gehouden en de luisteraar hoort hoe de zanger snikt, slikt, zucht en lichtjes overslaat. Naast deze cover, is ook Il n’y a pas d’amour heureux van Aragon en Brassens te horen. Behandeld en bewerkt met respect en liefde, passen deze twee nummers perfect tussen het zelfgeschreven werk. Vandeau maakt soms opvallende keuzes: je zou bijna denken dat een dikke, eighties verantwoorde gitaarsolo (op Rome) onmogelijk samen kan gaan met een zware pianosong (zoals Femme), maar op dit schijfje wordt het tegendeel bewezen. De omschakeling van Vous Êtes Belle naar Paradisiaque is hoogstens wat ruw en onhandig. De bonustrack Le temps de vivre van Moustaki, een livetrack, is zangtechnisch misschien niet perfect zuiver, maar draagt zoveel spirit met zich mee, dat het de perfecte epiloog van deze zowel verfijnde als dynamische cd is.

Winnen? 
Enthousiast geworden na het lezen van deze recensie? Met recht! Wij mogen twee cd’s weggeven aan de meest enthousiaste reactie. Stuur ons vóór maandag 7 september een mailtje naar redactie@chansonoffensief.nl met je naam en adres en wie weet valt de cd volgende week bij jou op de mat!

Klik hier om naar de website van Ludo Vandeau te gaan.

Comments

comments

1 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *