Vive la France: hardwerkende ‘chansonmusical’ mist zijn doel

Vive la France: hardwerkende ‘chansonmusical’ mist zijn doel

Het is alweer bijna een jaar geleden dat de aankondiging voor Vive la France de wereld in geslingerd werd. Er omheen kon je dankzij een vlammende marketingcampagne niet. De belofte: een avond onvervalst genieten van het beste dat het genre te bieden heeft, met de in het chanson gearriveerde en gerespecteerde zanger Philippe Elan, musicalvedette Renée van Wegberg en het jonge acteer- en zangtalent Job Bovelander. ‘Het chanson is terug’, kopten verschillende kranten. Tot mei gaat de voorstelling door het hele land en met succes: de zalen zitten nokkievol. Mooi, want het chanson kan altijd wel een extra podium gebruiken. Wij togen vrijdag 27 februari dan ook in draf naar de Goudse Schouwburg.

Banner_VLF_nw-660x200

Imposante decorstukken en tamme lettertypes
We bevinden ons vanavond onder de Eiffeltoren. Althans, dat is wat de entourage doet vermoeden. We zitten onder een van de metalen poten die in een boog over de rechterkant van het toneel, met daarop een tafeltje en twee stoeltjes, buigt.  Wat een imposant decorstuk! De juiste belichting had het geheel nog sfeervoller gemaakt. Op de achtergrond prijkt echter een groot scherm dat ons uit onze Parijse droom haalt: ieder nummer wordt hierop geïllustreerd met Paturain- en reisgidswaardige beelden en een lettertype waar je zelfs in groep 8 je werkstuk niet in had durven schrijven. Waarom is hier niet iets meer aandacht aan besteed, Vive la France?

Vive le musical – waar zijn de echte chansons?
Er wordt geopend met een luchtig Douce France van Charles Trenet. Totdat Job Bovelander Patrick Bruel’s Casser la voix inzet, is alles nog behoorlijk liefjes en netjes. Eindelijk horen we scheurtjes, randjes en worden we voor het eerst bijna geraakt. Ook Voir un ami pleurer en Tomber la neige roepen enigszins emoties op, maar vertolkingen van klassiekers als Bruxelles, Une belle histoire en Tous les garcons et les filles, zijn verworden tot keurig gezongen musicalliedjes. Nergens wordt het écht spannend, écht eerlijk, écht emotioneel. Terwijl de musicalarmen regelmatig de lucht inschieten, verdrinkt de voorstelling in braafheid. Als Nico van der Linden volledig los gaat op zijn keytar -overigens een heerlijke act- staan de frontartiesten van de avond er een beetje verloren bij. Nergens wordt het echt sexy, zelfs een hint van Je t’aime moi non plus doet écht niet verlangen naar meer.

De nieuwe generatie Franse artiesten krijgt een minirol. ‘Hoe bijzonder is het dat Stromae en Aznavour een nummer met eenzelfde titel schreven?’ vraagt Elan zich af. De hierop volgende mash-up van nummers van beide artiesten, is overduidelijk een gevalletje ‘oh ja, hij moet er ook nog in’. Amper krijgen Formidable of Papaoutai aandacht, de laatste wordt zelfs neergezet als een gezellig feestnummer. Wij Nederlanders zijn de Franse taal dan wel niet allemaal machtig, maar de boodschap van deze nummers is inmiddels weinigen nog onbekend.

Liefde voor het chanson
Natuurlijk zijn er ook pluspunten. Er komt een ongelofelijke hoeveelheid chansons voorbij en het is ontzettend bewonderenswaardig hoe het drietal de nummers oprakelt alsof ze nooit in een andere taal gezongen hebben. Zeker als je je realiseert dat van Wegberg en Bovelander beide niet vloeiend zijn in Frans, maar echt hebben moeten studeren op het programma. Soms wordt het trio vocaal bijgestaan door Annelien Spithoven, die geheel terecht France Gall’s Poupée de cire poupée de son als solo toegewezen heeft gekregen. Deze dame had wel wat meer op haar bord mogen krijgen wat ons betreft, want haar frisse stem én verschijning verrijken de avond met authenticiteit en een beetje ondeugendheid. Het multi-instrumentale live combo speelt bovendien absoluut niet onverdienstelijk en de arrangementen zitten alles strak in elkaar. Daarbij willen we verduidelijken dat er ongetwijfeld met veel liefde aan deze show gewerkt is. Dat kan niet anders en dat willen we ook niet onderuit halen. Er hebben inmiddels al honderden mensen oprecht genoten van Vive la France en dat zal de komende weken gelukkig ook niet veranderen. Dat mág ook niet veranderen. Maar hier lijkt de suggestie te worden gewekt dat het chanson niet meer is dan een ‘stoffige, nostalgische herinnering aan die mooie vakanties naar Frankrijk’, en dat kan niet de bedoeling zijn. Deze show had zóveel meer in zich kunnen hebben met deze toptalenten.

Conclusie

Het is tekenend dat gedurende de hele show zelden zich iemand spontaan uit zijn stoel werpt om mee te klappen en te zingen en dat er nergens ook maar één traan gelaten wordt.  De show lijkt teveel benaderd vanuit een commercieel oogpunt, maar dan had het in de eerste plaats al niet neergezet mogen worden als de voorstelling die het chanson terugbrengt. Ergens zijn we blij dat de er in de zaal relatief weinig mensen van de jongste generaties aanwezig zijn. Deze goedbedoelde, excusez le mot, soundmixshow-achtige voorstelling grossiert namelijk in Franse musicalliedjes, niet in het chanson en geeft geen volledig beeld van het rijke Franstalige oeuvre. De show eindigt met een acapella versie van Brel’s Amsterdam, die de voorstelling meteen goed samenvat. Het chanson wordt belichaamd door perfecte meerstemmigheid , maar de ziel is helaas nergens te bekennen.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *